Geluid van windturbines

Achterhoeks doorkijkje zonder windturbines foto: Erich Taubert

Deze pagina gaat over de verspreiding van het geluid van windturbines in de omgeving.

Paragrafen

  • Actualiteit: Audiologische factsheet windturbinegeluid – met uitlegvideo (8,5 minuut)
  • ‘Horen en zien’: 4 opnames bij verschillende windparken
  • 5 Specifieke kenmerken van de geluidsverspreiding en hinder rond windturbines
  • Wat maakt windturbinegeluid zo hinderlijk?
  • Maskeert snelweg-geluid het geluid van windturbines?
  • Slaapstoornissen door windturbinegeluid
  • Hoe heeft het zover kunnen komen? – terug naar 2009
  • Actueel: grote turbines maken méér (met name laagfrequent) geluid dan kleinere
  • Over geluid uitgedrukt in Lden
  • Voor kinderen begint ‘de nacht’ om 7-8 uur
  • Wetenschappelijke artikelen over geluid van windturbines

Allereerst:

In september ’26 is de Audiologische factsheet windturbinegeluid gepubliceerd, van klinisch audioloog Leonard Baart de la Faille en Sylvia van Manen. Deze geeft de actuele kennis weer over de verspreiding en specifieke kenmerken van het geluid van hoge windturbines. Waaronder het ontstaan van ‘focuszones’ tot op twee kilometer afstand: plekken waar het geluid versterkt op de grond (en in woningen) wordt gehoord en gevoeld. Jules Colas laat zien dat er bij turbines van 140 m ashoogte (200-210 m tiphoogte) tot op ruim 10x tiphoogte een focusgebied kan ontstaan met 4x luider kabaal dan uit de oude TNO-2008 hindercurve (70 m turbines) blijkt.

Hieronder de publiekssamenvatting van de Audiologische factsheet windturbines. Geluid, hinder en normering in Nederland.

Windturbinegeluid: waarom de normen niet beschermen wat ze moeten beschermen

Politici moeten beslissen hoe ver windturbines van woningen moeten staan en welke geluidsnorm daarbij hoort. Die beslissingen leunen sterk op de factsheet van het RIVM en op de “hindercurve” daarin, een grafiek die laat zien hoeveel procent van de omwonenden ernstige hinder ervaart bij een bepaald geluidsniveau. De hindercurve is echter gebaseerd op onderzoek uit 2008, naar turbines van gemiddeld 70 meter ashoogte, en geldt niet voor de veel hogere turbines van nu. Bestuurders moeten informatie krijgen voor hun besluiten op basis van actuele kennis. Die actuele kennis leveren wij aan in deze audiologische factsheet.

De kern van het betoog in vijf punten:

1. Het gemiddelde geluidsniveau over een jaar (Lden) zegt weinig over wat mensen echt horen in de vorm van pieken, wisselingen in geluidssterkte, vooral ’s nachts.

2. Hogere turbines maken aanzienlijk meer (laagfrequent) geluid en het geluid draagt verder.

3. De rekenmethode die in Nederland wordt gebruikt, onderschat het geluid tot op 1 tot 2 kilometer met 15 tot 20 dB. (zie 4.2 Geluidverspreiding en turbinehoogte)

4. Recente onderzoeken met moderne, hoge windturbines geven een veel lagere 10%-hindergrens dan de Nederlandse norm: namelijk 35 dB(A) in plaats van 47 dB(A), met name door de grotere hinderlijke wisselingen in geluidssterkte.

5. Nederland rekent met hinder binnenshuis, terwijl de WHO-richtlijn van maximaal 10% ernstig gehinderden, net als Duits onderzoek overeenkomt met algemene hinder. Voor windturbines is dat de hindercurve buitenshuis. Het verschil bedraagt 5 tot 7 dB. Door deze Nederlandse keuze halveert de toegestane minimale afstand tot woningen en daardoor verdubbelt de algemene hinder.

1. Hogere turbines, ander geluid

Een windturbine maakt onder andere geluid doordat de wind langs de bladen strijkt en bij de passage langs de mast. Bij grote turbines verschilt de windsterkte tussen de top van de turbine en aan de grond sterk. Daardoor verandert de hoek waaronder de wind de bladen raakt voortdurend, en ontstaan wervelingen die lage, stampende geluiden geven. Daardoor ontstaat veel geluid in het lage tonengebied en dit zwelt daarbij aan en af. Dit heet de ‘amplitudemodulatie (AM). Juist dit type geluid is bijzonder hinderlijk, omdat het onregelmatig en onvoorspelbaar is en het gehoor er erg gevoelig voor is. Het komt vooral voor bij zeer stabiel weer, bijvoorbeeld op heldere nachten waarop het beneden windstil is en boven hard waait. Deze nachten komen in Nederland gemiddeld eens per 4-5 nachten voor. De Duitse overheid heeft speciaal gekeken naar de hinder door de amplitude-modulatie in recent onderzoek bij grote windturbines. Het blijkt de grootste oorzaak van hinder, is lokaal sterk verschillend en kan tot op grote afstand hinderlijk zijn.

De Nederlandse normen kijken naar het geluid in dB(A). Dat is een meetmethode die lage tonen ‘wegfiltert’, omdat ons oor deze minder goed hoort. Lage tonen worden daardoor bijna niet meegeteld, terwijl déze juist voor hinder zorgen omdat het gehoororgaan extreem gevoelig is voor geluidpiekjes van lage tonen. De “stillere” turbines met gekartelde bladranden (uilenveren) dempen vooral de midden- en hoge tonen, maar geven juist een verschuiving naar de lage tonen, die vervolgens door het ‘A’-filter niet meetellen. Zo’n ‘stille’ turbine kan volgens de norm op kortere afstand van bewoning gebouwd worden, waardoor juist de lage-tonenhinder toeneemt.

2. De rekenmethode klopt niet voor grote turbines

In Nederland wordt het geluid berekend met de methode ISO-9613. Die is echter alleen ontworpen voor bronnen tot 30 meter hoogte, tot 1 kilometer afstand en bij weinig wind. Windturbines zijn veel hoger en draaien harder bij sterkere wind. Volgens het RIVM neemt het geluid vanaf de turbine langzaam af en is op 400 meter niet luider dan een koelkast. Echter, uit al het wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het geluid afbuigt via het “zog” van de turbine, het gebied direct achter de draaiende wieken waar de wind trager enturbulenter is. Dit zog werkt als een soort geluidsgeleider: mede door verschillen in windsterkte en temperatuur buigen geluidsgolven over vele honderden meters, en zelfs verder, naar beneden, richting de grond, waardoor het geluid daar juist harder aankomt dan je zonder dat effect zou verwachten. Zo ontstaan plekken op de grond waar het geluid gebundeld terechtkomt, een soort vergrootglas voor geluid (‘focuszones’)

De gevolgen:

• Op 1 tot 2 kilometer afstand kan bij stabiel weer het geluidsniveau tot 15 à 20 dB(A) hoger zijn dan het ‘koelkastmodel’ van het RIVM laat zien.

• Hoe hoger de turbine, hoe sterker het effect. Een turbine met 140 meter ashoogte geeft volgens modelonderzoek rond 1,7 km een geluidsniveau dat 20 dB hoger kan zijn dan bij de turbines uit het hinderonderzoek van 2008 (de basis van de hindercurve in de factsheet). Dat is grofweg vier keer zo hard voor het gehoor. Wil men bij zo’n grote turbine dezelfde hinder houden als bij de lage turbine dan moet hij op achtmaal grotere afstand geplaatst. De hinder speelt zich dus niet alleen vlak bij de turbine af, maar vooral ook op 5 tot 10 keer de tiphoogte!

3. Het jaargemiddelde beschermt onvoldoende

De Nederlandse norm is een jaargemiddelde (Lden), met zwaardere weging van avond en nacht. Een gemiddelde verbergt de pieken. De Lden berekening van de geluidproductie gaat uit van fabrieksgegevens bij neutraal weer, terwijl dat maar zo’n 10% van de tijd voorkomt. Onder andere weersomstandigheden is het geproduceerde geluid vrijwel altijd luider. De Lden berekening van de geluidvoortplanting gaat uit van het ‘koelkastmodel’ en houdt dus geen rekening met de zeer hoge geluidniveaus in de eerder genoemde lokale focuszones. In de zomer is de atmosfeer in ongeveer de helft van de tijd stabiel, precies het weer waarbij het geluid zwaarder en stampender is en veel verder rijkt. Twee situaties met identieke jaargemiddelden kunnen dus heel verschillend zijn: één rustig, de ander met veel hoorbare AM in de nacht omdat de laatste in de Lden wordt genegeerd.

De Lden-norm is in 2008 afgeraden door de inspectie van het ministerie van VROM: fraudegevoelig, niet te controleren en beschermt de inwoners onvoldoende. De wetenschap laat zien dat zij gelijk hadden, toch is zij doorgevoerd en erger, houdt men eraan vast.

4. Wat zeggen nieuwere onderzoeken over gezondheidseffecten?

• Duitsland (Umweltbundesamt, 2022): bij moderne turbines wordt de WHO-grens van 10% ernstig gehinderden al overschreden bij een Lden van 35 dB(A). De Nederlandse norm ligt op maximaal 47 dB(A). Op dat niveau ervaart volgens het Duitse onderzoek ongeveer 48% van de omwonenden ernstige hinder.

• Slaap: een overzichtsstudie van ál het beschikbare slaaponderzoek (Godono e.a., 2023) vond een verband tussen afstand tot turbines en slaapverstoring: 79% ernstige slaapverstoring binnen 500 meter, 65% binnen 1 kilometer. Een andere studie (Michaud, 2025) laat zien dat de WHO-grens voor ernstige slaapstoornissen al bij Lden 39 dB(A) wordt bereikt.

• Verkeer versus windturbines: het RIVM stelt dat windturbinegeluid niet erg verschilt van verkeerslawaai. In werkelijkheid bevat verkeer veel minder geluid in het lage- tonengebied (LFG) en neemt het ’s nachts af, terwijl turbines juist dan veel geluid maken. De hinder is pas gelijk als het turbinegeluid ongeveer 20 dB lager ligt dan het verkeersgeluid.

In beeld gebracht:

5. Wat is er aan de hand met het RIVM?

Een interne integriteitscommissie van het RIVM adviseerde in december 2025 om de RIVM- factsheet niet meer in de huidige vorm te handhaven maar fundamenteel te herzien, of tijdelijk offline te halen. Het RIVM heeft dit advies niet gepubliceerd en voegde in juli 2026 echter slechts enkele regels toe op de website en wacht op eigen lopend onderzoek naar ‘de hinder in Nederland’ (verwacht in 2027). De RIVM-factsheet wordt door politici en rechters als actueel wetenschappelijk inzicht gebruikt (‘Deze factsheet geeft een beknopte populairwetenschappelijke uitleg over de gezondheidseffecten van windturbines en is bedoeld om beleidsmakers te informeren’). Het laten voortbestaan van achterhaalde wetenschappelijke voorlichting is, zeker nu landelijk en lokaal nieuwe normen moeten worden vastgesteld, schadelijk voor de volksgezondheid en druist in tegen de wet op het RIVM: ‘monitoring, surveillance en onderzoek te verrichten dat is gericht op ondersteuning van de beleidsontwikkeling, de beleidsuitvoering, de bewaking van de veiligheid en de uitoefening van toezicht op het gebied van de volksgezondheid en het milieu’ (art. 3.1.a).

Deze taak laat het RIVM vanwege politiek belang momenteel volledig liggen.

Conclusies

• De prognoses op basis van het hinderonderzoek uit 2008 zijn onbruikbaar voor normering van moderne turbines.

• Alleen Lden is niet genoeg. Er zijn aparte normen nodig voor het laagfrequent geluid, de geluidpieken, amplitudemodulatie en tonaliteit.

• Bij het WHO-advies van maximaal 10% ernstig gehinderden hoort voor moderne windturbines een norm van Lden 35 dB(A), ongeveer 10 keer de tiphoogte als afstand tot woningen. Voorgesteld is nu 2 keer de tiphoogte.

• Zolang de landelijke MER niet is gebaseerd op actueel wetenschappelijk inzicht, is er geen betrouwbare normering mogelijk en dient een afstand van 10 keer de tiphoogte tot woningen aangehouden te worden.

• De afweging tussen klimaatbeleid en gezondheid is aan de politiek, maar moet op onafhankelijke, actuele wetenschappelijke informatie berusten. Het RIVM schiet hierin ernstig tekort.

===========================================================================

Specifiek over het zeer hoge aandeel infrasound -schadelijk voor organismen- gaat deze Zweedse presentatie, met Engelse ondertiteling:

Professor Ken Mattsson – Infrasound and noise from wind turbines science, facts and lies

===========================================================================

Een presentatie (8 oktober 2025) van de Zweedse Hoogleraar Ken Mattsson, die aantoont dat de rekenmodellen waarmee de NRD’s en MER’s (en dus het Nederlandse beleid om omwonenden te beschermen) een structurele en ernstige onderschatting geven van het echte geluidsniveau bij en in de woning. te beluisteren

Zijn website met uitleg en simulatie: zie

Het wetenschappelijk artikel van Mattsson: zie excerpt

Mattsson meet bij woningen op 650 meter afstand waardes van 95 dB in het infrasone gebied, specifiek van 1 Hz.

Het RIVM stelt dat ‘we LFG dus niet kunnen voelen wanneer we het niet horen’.

Deze stelling is niet houdbaar en in strijd met de huidige kennis uit medisch onderzoek. Infrasoon geluid leidt tot duidelijke effecten bij hersenonderzoek, zie, en kan tot duidelijke fysieke en psychische reacties leiden van degenen die het ondergaan (ongeveer 1/3 van de mensen is gevoelig voor infrasoon geluid). Dit kan zich uiten in migraine, slapeloosheid (beiden ervaren door 2 van de 4 onderzoekers van het team van Mattsson), drukgevoel in het hoofd, depressie, angstgevoel, hartritmeveranderingen en daling van de bovendruk. zie Ook is onderzoek bekend waarbij er afname was van hersencellen na een maand blootstelling gedurende de slaap. zie

‘Horen en zien’: 4 opnames bij verschillende windparken

Wilt u een geluidsopname beluisteren bij windpark Spui bij windkracht 5? open

Of bij windkracht 3? open

Of een ander park? open

Of nog een ander park? open

  • Kenmerken van de geluidsverspreiding en hinder rond windturbines

Kenmerk 1: Achter, en in mindere mate vóór, windturbines ontstaan tot op grote afstand ‘focuszones’ op wisselende locaties, afhankelijk van o.a. de hoogte en windrichting.

Toelichting:

Links ziet u de weergave van de afname van het geluid volgens de factsheet van het RIVM gebaseerd op de rekennorm ISO-9613: geleidelijke afname met de afstand, met het geluid van een koelkast op 400 meter afstand. (De ISO-9613 is gevalideerd voor stabiele industriële geluidsbronnen tot 30 meter hoogte, 1000 meter afstand en bij zwakke wind)

De afwijking tussen berekening en daadwerkelijke meting kan oplopen tot 15 dB(A) op 2000 meter afstand bij stabiele weerscondities.

De grote invloed van hoogte-afhankelijke wind en temperatuur op de geluidverspreiding wordt in het gebruikte model niet meegenomen. In werkelijkheid ontstaan door geluidsafbuiging ‘focuszones’, met hoge geluidsniveaus aan de grond, afhankelijk van turbinehoogte, windrichting en stabiliteit van de atmosfeer. zie

  • Kenmerk 2: De verspreiding van het geluid wordt sterk beïnvloed door het type weer, met telkens wisselende focusgebieden op de grond tot op grote afstand

Toelichting:

Hier ziet u een weergave van zeer geavanceerde geluidmodellen van focuszones bij een ashoogte van 80 meter, die met metingen zijn gevalideerd. 1

De grootte en locatie van de focuszones op de grond blijkt sterk af te hangen van de weerscondities. De verschillen tussen de berekeningen met ISO-9613 en de werkelijke geluidsniveaus bij stabiele, neutrale en onrustige atmosfeer zijn in de rechter grafiek weergegeven in de afwijking in dB(A).

  • Kenmerk 3: Er ontstaan grote variaties in de hoeveelheid laagfrequent geluid door de wisselende hoeken waaronder de wind invalt op de rotorbladen

Toelichting:

Bij een variërende invalshoek van de wind op de bladen ontstaat door wervelingen achter de wiek (‘stall’ genaamd, te vergelijken met het harde klapperen van zeilen in een zeilboot wanneer de hoek van het zeil met de wind niet goed is), een zeer sterke en impulsachtige toe- en afname van laagfrequent geluid van tientallen dB’s, de amplitude modulatie.

Deze ‘stall’ treedt extra op bij turbulente weersomstandigheden én bij zeer stabiel weer. Dit effect wordt sterker bij toenemende turbinehoogte.

In de realiteit zijn er permanente wisselingen van de windrichting en daardoor permanente wisselingen in de geluidsdrukken. Dit is een belangrijk verschil met verkeerslawaai, te meer daar stall juist ’s nachts sterker is, terwijl verkeerslawaai ‘s nachts afneemt.

  • Kenmerk 4: Seizoensinvloeden op de geluidsproductie

Toelichting:

Zomers is er in 50% van de gevallen sprake van een ‘stabiele’ atmosfeer. Met daaraan gekoppeld meer hinder door hogere stall. De Lden als jaarnormering is niet toereikend, omdat de amplitudemodulatie, de geluidspieken, tonale aspecten en laagfrequente geluid niet worden meegewogen.

  • Kenmerk 5: Umweltbundesamt vindt 10 % hinder al bij 35 dB(A) en 48% bij 47 Lden dB(A)

Weergave van de verschillen tussen de Duitse en Nederlandse blootstelling-respons curves voor binnen en buiten, omgerekend naar dezelfde eenheid, de Lden.2

Toelichting:

Het Duitse onderzoek (Noise effects of the use of land-based wind energy.) is verricht bij de ‘moderne’ turbinehoogtes. (de Nederlandse hindercurve bij een turbine van 80 meter hoog) Juist de amplitudemodulatie en LFG/IS veroorzaken deze hinder, reden waarom het Duitse onderzoek zich vooral daarop richt.

In eerder onderzoek werd gevonden dat binnenshuis op 2,4 km afstand gedurende 20% van de tijd de amplitudemodulatie hoorbaar is. Dit percentage geldt ook bij de lagere rotatiesnelheden op 40-85% van het maximum en ook gedurende de nacht.3 Daarnaast worden in het Duitse onderzoek hoge geluidsniveaus LFG gevonden.

Nederland hanteert geen norm voor laagfrequent geluid. (Denemarken max. 20 dB LFG binnen de woning)

Vanwege de huidige situatie waarin de oude norm door de Raad van State onwettig is verklaard en strijdig met het Unierecht, en men het in het (inmiddels demissonaire) kabinet niet eens kon worden over een nieuwe norm, is de situatie momenteel dat burgers minder bescherming krijgen dan voorheen doordat gemeenten ‘lokaal maatwerk’ leveren (ofwel Het Wilde Westen in de polder).

Dit lokale maatwerk is gebaseerd op de hindercurve van het RIVM. Deze is sinds 2021 niet geactualiseerd, ondanks het Duitse onderzoek uit 2023, dat een steile toename van hinder laat zien boven 35 dB(A). zie en zie.

Toevallig (?) is al in 2004 dit exacte niveau gevonden door Eja Pedersen in Zweeds onderzoek, en opnieuw in 2010 door Pedersen en Waye.

Pedersen – Perception and annoyance due to wind turbine noise, a dose–response relationship – J Acoust Soc Amer – 2004

Wachten op verder onderzoek voordat een nieuwe norm wordt vastgesteld is niet nodig. Met dit Duitse (en Zweedse) onderzoek is voldoende wetenschappelijke basis aanwezig voor een afstandsnorm waarmee de ernstige hinder wordt beperkt tot 10% van de omwonenden.

Tenzij de politiek besluit om een hoger percentage te accepteren. Dat kan de keuze worden, maar wees daar dan eerlijk over.

  • Wat maakt windturbinegeluid zo hinderlijk?

Daarvoor zijn vooral de componenten verantwoordelijk, die niet zijn opgenomen in de Nederlandse Lden systematiek: het tonale geluid, (infrasoon- en) laagfrequent geluid en amplitudemodulatie (AM), het wisselen van de geluidssterktes; de ‘whoosj’. In Australisch onderzoek (Hansen, 2019) werd gevonden dat AM tijdens de nacht binnenshuis hoorbaar is tot op 3,5 kilometer afstand gedurende 22% van de tijd.

  • Maskeert snelweggeluid het geluid van windturbines?

Helaas, dat wordt veel gedacht, maar blijkt niet het geval. Veldonderzoek van Eja Pedersen en Frits van den Berg in 2010 (zie onder) toonde aan dat het geluidsverschil meer dan 20 dB moet zijn wil het geluid van turbines gemaskeerd worden. Dit komt met name door de kenmerkende amplitudemodulatie door de passage van de wieken langs de mast, de verschillen in windsnelheid op tiphoogte ten opzichte van de grond, en het feit dat de nachtelijke geluidsproductie van turbines in de regel hoger is en het geluid van de snelweg lager. De schrijvers concluderen dat de Lden van de, in die tijd, moderne grote windturbines naar boven moet worden gecorrigeerd met 6 dB voor de dag/nacht variatie  + 8 dB voor de spectrale verschillen + 5 dB voor de AM = in totaal 19 dB lager dan de Lden veroorzaakt door wegverkeer tijdens de nacht.  

  • Slaapstoornissen door windturbinegeluid

In 2023 is onderzoek verschenen naar slaapverstoring rond windturbineparken, met meenemen van al het onderzoek dat hiernaar tot dan toe was verricht. zie. In dit onderzoek werd gekeken naar correlaties, het verband, tussen afstand en percentage slaapstoornissen. Op basis van 15 kwalitatief goede gepeerreviewde artikelen die voldeden aan de in- en exclusiecriteria werd een lineaire relatie gevonden tussen de percentages slaapstoornissen en de afstand tot windturbines. Op minder dan 500 meter betrof dat 79% van de omwonenden, tussen 500 en 1000 meter 65%, tussen 1000 en 1500 meter  41% en tussen 1500 en 2000 meter 29%.

review en meta-analyse van ál het bestaande slaaponderzoek

Relatie afstand – ernstige slaapverstoring

Onderzoek naar correlaties levert correlaties op, géén causaliteit

Het door GGD’en en onderzoeksbureaus aangevoerde tegenargument dat de auteurs aangeven dat er geen causale relatie kan worden gelegd is een drogredenering. Er kan geen oorzaak-gevolg relatie worden aangetoond wanneer er geen 0-meting is gedaan voorafgaand aan de plaatsing, waardoor het geluid zonder en mét draaiende turbines kan worden vergeleken. Dit onderzoek is nog niet gedaan. Een nette wetenschapper vermeld deze beperking in het abstract.

De ministeries en Kamer moeten hun verantwoordelijkheid nemen, bewoners voldoende beschermen, en afstappen van het faciliteren van de bouw van windturbines op te korte afstand van omwonenden op basis van met kunst-en-vliegwerk laag gehouden hinderdata. Alternatief: eerlijk zijn en toegeven dat 48% van de omwonenden ernstige overlast zal ervaren en 80% binnen de 500 meter ernstige verstoring van de slaap. Het Umweltbundesamt vindt 10% ernstige hinder vanaf 35 dB(A).

Kabinet komt niet tot concensus over nieuwe norm

In het momenteel voorliggende advies voor de nieuwe geluidsnormen (2 x de tiphoogte) ontbreekt opnieuw een hinderbeoordeling op basis van wetenschappelijk onderzoek door het niet gebruiken van buitenlandse literatuur van na 2021.

  • Hoe heeft het zover kunnen komen? – terug naar 2009

In 2011 is de regelgeving voor windturbinegeluid buiten de regelgeving voor industrieel geluid geplaatst. Met deze normen konden de klimaatdoelstellingen namelijk niet gehaald worden. Terugkijkend werd op dit moment het bestaande beschermingsniveau van bewoners losgelaten.

Resultaat: een beschermingsniveau dat sterk afwijkt van andere Europese landen door het hanteren van een gemiddelde geluidsbelasting, de Lden – waardoor in Nederland de turbines dichter bij omwonenden geplaatst mogen worden dan elders (in Nederland 300 meter; ter vergelijking: in België 850 meter, in Denemarken 1100 meter, in Beieren 10 x de tiphoogte).

Overigens wegen een aantal gemeenten het belang van omwonenden zwaar en hebben zij een streep door de plannen gezet, sommige gemeenten wachten de nieuwe norm af.

  • Actueel: grote turbines maken méér (met name laagfrequent) geluid dan kleinere

Momenteel worden vele turbines vervangen door hogere. Volgens het RIVM zou dit probleemloos moeten kunnen, men stelt dat hogere turbines niet persé meer geluid produceren, maar dat het type windturbine bepalend is. Een redenering in de trend van ‘mannen hebben niet persé een lagere stem dan vrouwen, er zijn mannen met een hoge stem’.

Dit gaat in tegen alle -gepeerreviewde- wetenschappelijke literatuur die wij hebben gevonden over geluidsproductie: hogere turbines produceren meer geluid, met relatief meer laagfrequent geluid, en vereisen dus een grotere afstand tot bewoning.zie.

Al in de jaren ’80 werd opgeroepen op een conferentie met experts van over de hele wereld om veilige grenzen te stellen en goed onderzoek te doen naar -met name ook de psychologische- effecten van blootstelling aan sterk infrageluid. zie

Voorheen gebruikte het RIVM als onderbouwing de ‘persoonlijke mededeling’ van de akoestisch adviseur. Eind april ’24 heeft deze met drie mede-auteurs, werkzaam bij Arcadis een artikel gepubliceerd over het geluid van onshore windturbines. zie.

Op dit artikel is een commentaar verschenen van fysicus- audioloog Leonard Baart de la Faille. zie

En een commentaar van dr. Harrie Verhoeven, bioloog. zie

Onder het artikel van van den Berg op Researchgate staan twee artikelen waarin het belang van het laagfrequente geluid van windturbines voor de hinderbeleving wordt benadrukt.

Wij hebben Steven Cooper (akoestisch ingenieur met veel onderzoekservaring naar hinder door windturbinegeluid) om commentaar gevraagd op het artikel van Frits van den Berg c.s.:

  • het artikel bespreekt het sound power level, niet de impact van windturbinegeluid;
  • er zou een tweede gedeelte geschreven moeten worden over de impact op mensen;
  • het infrasone deel van ‘het geluid’ wordt gevoeld en niet gehoord;
  • Niet het spectrum van de 1/3 octaafband maar de amplitudemodulatie is van belang bij de beschrijving van windturbinegeluid;
  • in het artikel wordt het geluidverhogende gevolg van de wake-turbulentie niet beschreven;
  • In het artikel wordt verwezen naar dosiscurves, maar wordt niet aangegeven dat deze gebaseerd waren op voorspelde niveaus zonder geluidsmeetgegevens die overeenkomen met het geluid dat door bewoners wordt ontvangen;
  • Over de hele wereld zijn er rechterlijke uitspraken met betrekking tot geluidsoverlast van windturbines, ongeacht de naleving van de akoestische voorschriften;
  • De laatste alinea op pagina 2 is onjuist. Het frequentiespectrum laat pieken zien in het infrageluidspectrum. De pieken in het infrageluidgebied worden veroorzaakt door de frequentie van de bladdoorgang (bijvoorbeeld elke 1,2 seconde) die daadwerkelijk worden beschreven in de paragrafen 1-5 in paragraaf 2.1.;
  • Bewoners over de hele wereld die zich in de buurt van windturbine-installaties bevinden, reageren niet op de gemiddelde geluidsniveaus die in vergunningen zijn vastgelegd, maar reageren op overlast/slaapverstoring;
  • Het artikel vereist wijzigingen en moet de Amplitude Modulatie-component van grotere turbines bespreken om vast te stellen of het grotere rotoroppervlak (met of zonder vertanding) de hinder-/hindercomponent van windturbines zal verminderen of juist een grotere impact zal veroorzaken.

lees hier het volledige commentaar van Steven Cooper

Onze conclusie op basis van deze 10 tekortkomingen:

Dit artikel heeft weinig meerwaarde boven de persoonlijke mededeling van de akoestisch adviseur, en misschien wel minder waarde omdat de co-auteurs niet onafhankelijk zijn, en -in tegenstelling tot wat zij hebben aangegeven bij de ‘conflicts of interest’- wél financiële belangen hebben bij deze uitkomsten. Het betreffende bureau stond vermeld op de site van NedZero.

Voor de genoemde artikelen:

Frits van den Berg. Development of Sound Power of Onshore Wind Turbines including Its Spectral Distribution

Steven Cooper. Wind Farm Noise—Modulation of the Amplitude

Esther Blumendeller. Investigations on Low Frequency Noises of On-Shore Wind Turbines

Leonard Baart de la Faille. Comments on ‘Development of Sound Power of Onshore Wind Turbines inclusing its spectral Distribution’.

Harrie Verhoeven. Weerlegging van- Geluidsvermogen van onshore windturbines en de spectrale verdeling ervan

Over geluid uitgedrukt in Lden

Wat is Lden en waarom vindt de WHO deze maat niet geschikt voor windturbinegeluid?

De omrekening van een geluidsmeting dB(A) naar een Lden-waarde vindt plaats met een omrekenfactor. Wij lichten dit toe.

  • De Lden (Level day, evening, night) wordt berekend vanuit de geluidsmeting bij een turbine bij een windsnelheid van 8 meter per seconde op 10 meter hoogte (L8m/s).
  • Dit gebeurt met een omrekenfactor.
  • Voor de avond en nacht wordt een correctie toegepast (resp. +5 en + 10 dB).
  • In 2008 heeft de latere akoestisch adviseur van het RIVM op een congres geopperd om een omrekenfactor te gebruiken van 4,7 dB (Lden = L8m/s + 4,7 dB).
  • De berekening berustte op KNMI-metingen op slechts één locatie op 80 meter hoogte in Cabouw (U). Niet gepeerreviewed, zonder internationaal aanvaarde status – op drijfzand gebouwd. Door de WHO als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld (Guski 2017)
  • Als basis voor het advies dienden ook de data van 3 onderzoeken naar hinder vanwege windturbinegeluid. De onderzoekers geven echter allen in het oorspronkelijke artikel aan géén uitspraken te kunnen doen over geluidsdrukken hoger dan 40 dB, omdat te weinig respondenten met deze hogere geluidsdrukken te maken hadden.
  • In het beleidsmatig relevante geluidsinterval van 42,5 tot 47,5 Lden is de gepresenteerde combinatie van bevindingen ook volgens de WHO-onderzoekers onbetrouwbaar.
  • In 2016 is in grondig en grootschalig gepeerreviewed Canadees wetenschappelijk onderzoek de omrekenfactor voor ‘de betreffende ‘hun’ windturbines bepaald op + 1,9 dB.
  • Met deze omrekenfactor is bij 45 Lden het percentage ernstig gehinderden al hoger dan 30%.
  • In 2022 verscheen onderzoek van de Duise overheid, zie boven, met een duidelijke hinderstijging boven 35 dB (A)

De Lden is een gemiddelde van het geluidsniveau van de dag, de avond en de nacht. Voor de dag is de norm gesteld op gemiddeld 47 dB, voor de avond 47 – 5 dB en voor de nacht 47 – 10 dB. Er mag gemiddeld worden over het gehele jaar. Dit betekent dat dagen zonder wind (geen geluidsproductie) extra ruimte geven voor de dagen met voldoende wind.

De WHO stelt dat de Lden niet geschikt is voor windturbine geluid, omdat dit geen stationair geluid is, maar geluid met veel variaties door o.a. het aantrekken en luwen van de wind en de passage van de wieken langs de mast (waarbij een blad van ruim 10.000 m2 voor een luchtdrukgolf zorgt- deels in het infrasone gebied). Deze pieken veroorzaken juist de overlast, vooral ook ’s nachts doordat er vanwege atmosferische omstandigheden ’s nachts in de hogere luchtlagen meer wind is, en zijn niet te vergelijken met de aanwezige infrasound in de natuur.

Ook het feit dat er bijna 24/7 geluid in en rond de woning is kruipt onder de huid van mensen.

De ‘nacht’ begint voor kinderen om 8 uur

Voor kinderen geldt dat ‘de nacht’ niet om 11 uur, maar om 7- 8 uur begint. Naar de gevolgen van specifiek windturbinegeluid voor kinderen is geen onderzoek gedaan. Wel zijn er observaties bij bv windpark Meeden door de huisarts, dat ouders zich melden vanwege gedragsproblematiek bij hun kinderen sinds de plaatsing van turbines. Geluidsoverlast i.h.a. is voor kinderen wel onderzocht en geeft sterk negatieve gevolgen.

Horen en zien

Om invoelbaar te maken wat windturbinegeluid voor o.a. de slaap van mensen kan betekenen, én om te horen hoe de regelgeving tot stand kwam -tegen advies van de eigen adviesorganen in (RIVM en ministerie van VROM 2009)- én met het achterhouden van deze informatie voor de Tweede Kamerleden: kijk deze uitzending van Zembla.

Wetenschappelijk onderzoek naar geluid van windturbines

  1. Barlas E, et al. Consistent modelling of wind turbine noise propagation from source to receiver. Journal of the Acoustical Society of America. 2017; 142:3297-14 ↩︎
  2. [1]https://www.researchgate.net/publication/394510898_Conversion_of_the_German_dose_effect_relation_for_wind_turbine_noise_2022_from_Lrating_to_Lden ↩︎
  3. Hansen KL et al. Prevalence of wind farm amplitude modulation at long-range residential locations, Journal of Sound and Vibration Volume 455, 1 September 2019, Pages 136-149 ↩︎