auteurs: E. Verheijen, J. Jabben, E. Schreurs, T. Koeman, R. van Poll, B. du Pon
DOI/ url: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680300007.pdf
soort artikel: adviesrapport overheid
Relevantie: Dit rapport is opgesteld om de nieuwe geluidsnormen voor windturbines te evalueren in relatie tot hinder van omwonenden. In dit rapport wordt uitgegaan van een gewenste belasting van 40 dB op de gevel van omwonenden. Gesteld wordt dat de afstand tot bewoning dan 500 – 700 meter zou bedragen, voor turbines met een vermogen van 2 MW (70 meter ashoogte [anno 2009]). Bij iedere dB extra zou de contour tot bebouwing 20% verderop komen te liggen. Ook wordt uitgegaan van een hogere geluidsproductie bij hogere energieopbrengst, met een relatieve vermindering van de geluidsproductie bij meer moderne turbines. Verder wordt berekend wat de financiële consequenties zijn voor het ófwel isoleren van de woningen binnen de niet-toegestane geluidswaarden ófwel het ontmantelen van al geplaatste windturbines.
Samenvatting: Invloed van verschillende grenswaarden op blootstelling, hinder en mogelijkheden ontwikkelingslocaties
Ongeveer 1500 omwonenden rondom de huidige windturbines in Nederland hebben kans op ernstige geluidhinder. Een richtwaarde van 40 decibel (dB) in de nieuwe regelgeving voor windturbines kan een verdere toename tot een minimum beperken als nieuwe windturbines worden gerealiseerd. Boven de 45 dB zijn in toenemende mate hinderklachten en gezondheidsproblemen te verwachten. In vergelijking met andere typen geluidsbronnen ontstaan bij windturbines eerder hindereffecten voor omwonenden bij een lagere geluidbelasting. De keuze van grenswaarden heeft gevolgen voor de hoeveelheid ruimte op land die beschikbaar is voor nieuwe windturbines. Geschat wordt dat een grenswaarde van 40 dB ruimte biedt voor 7000 megawatt aan duurzame energie via nieuwe windturbines. Een grenswaarde van 45 dB biedt meer ruimte, ongeveer voor 25.000 megawatt. Momenteel is een nieuw wetsvoorstel in voorbereiding dat eisen stelt aan de geluidimmissie van nieuwe windturbines in Nederland. Het wetsvoorstel beoogt de geluidhinder van nieuwe turbines te beperken bij realisatie van de doelstellingen van het kabinet voor duurzame energie. Net als in de wetgeving voor weg- en railverkeersgeluid wordt in het wetsvoorstel een richtwaarde en een maximale grenswaarde voor de geluidbelasting (in Lden) van woningen gesteld. Onder de richtwaarde zijn er geen belemmeringen om nieuwe windturbines te plaatsen; boven de maximale grenswaarde kan het bevoegde gezag geen vergunning verlenen. Tussen deze waarden zullen belangen via een inspraakprocedure worden afgewogen. Het RIVM heeft de mogelijke consequenties bij verschillende grenswaarden onderzocht. Gekeken is naar de kans op geluidhinder, plaatsingsruimte voor nieuwe turbines in relatie tot energiedoelstellingen en risico’s op extra hinder door laagfrequent geluid.
abstract: For the purpose of establishing a new noise reception limit value expressed in L den , the impact of wind turbine noise under the given policy targets needs to be explored. For this purpose, the consequences of different reception limit values for the new Dutch noise legislation have been studied, both in terms of effects on the population and regarding sustainable energy policy targets. On the basis of a nation-wide noise map containing all wind turbines in The Netherlands, it is calculated that 3% of the inhabitants of The Netherlands are currently exposed to noise from wind turbines above 28 dB(A) at the façade. Newly established dose-response relationships indicate that about 1500 of these inhabitants are likely to be severely annoyed inside their dwellings. The available space for new wind turbines strongly depends on the noise limit value that will be chosen. This study suggests an outdoor A-weighted reception limit of L den = 45 dB as a trade-off between the need for protection against noise annoyance and the feasibility of national targets for renewable energy.
expresinformatie uit het rapport:
De nieuwe normstelling moet een betere indicator zijn van de geluidhinder dan de huidige systematiek uit het Activiteitenbesluit. Voor de richtwaarde gaan de plannen uit van een Lden van omstreeks 40 dB voor windturbines. Bij die waarde is volgens het TNO-onderzoek nog ongeveer 1 tot 3% van de blootgestelden ernstig gehinderd. Dit percentage ernstig gehinderden komt overeen met de hinder bij de richtwaarden van 48 dB voor wegverkeer en 55 dB voor railverkeer (zie Figuur 1). Een richtwaarde van 40 dB voor windturbines lijkt daarmee een consistente keuze.
Een richtwaarde van 40 dB houdt in dat windturbines aan de wet zullen voldoen als uit berekeningen blijkt dat ze over het hele jaar genomen niet meer dan 40 dB aan de gevels van omliggende woningen produceren. Anders dan in het huidige stelsel van industrielawaai, vervalt daarmee de mogelijkheid van handhaving door middel van controlemetingen aan die gevels. Metingen kunnen immers alleen incidenteel onder bepaalde omstandigheden worden uitgevoerd. Een correcte berekening van de geluidbelasting is daarom van groot belang om een normstelling op basis van Lden betrouwbaar te kunnen toetsen. Voor een nauwkeurige wijze van berekening en een eenduidige wijze van toetsing wordt daarom door het ministerie van VROM voorzien in een nieuw rekenvoorschrift. (noot bij deze regel: Bij een windturbine van 75 m hoog met een vermogen van 2 MW ligt de 40 dB-geluidcontour typisch op 500 tot 700 m afstand. De berekening komt vrij nauw: een afwijking van 1 dB verschuift de afstand van de 40 dB-contour met 20%.)

bijlage 1:
Voor een voldoende nauwkeurige berekening van de Lden is de gemiddelde jaarlijkse windsnelheidsverdeling in de dag-, avond- en nachtperiode nodig, geldend ter plaatse van de windturbine ter hoogte van de as. Het KNMI werkt aan tabellen met de windgegevens voor verschillende gebieden en ashoogten in Nederland. (anno 2009)
Eerst bepalen we bij een aantal windturbines waarvan het geluidvermogen wel bekend is het verband tussen elektrisch vermogen en geluidvermogen. We gebruiken hierbij de relatie:
LW nominaal , = log10 (Pelek )+ dB(A) 71
waarin Lw het geluidvermogen is en Pelek het elektrisch vermogen uitgedrukt in kW. Deze formule geldt voor 8 m/s windsterkte op 10 m, hetgeen in de praktijk neerkomt op het maximale vermogen. Omdat er niet altijd voldoende wind is voor maximaal vermogen, wordt een correctie C wind toegepast die afhangt van de periode van de dag:
= LW nominaal, −C periode wind,
met Cwind,dag = 4 dB(A), Cwind,avond = Cwind,nacht = 2 dB(A). Deze aftrek is gebaseerd op het bronvermogen als functie van de windsnelheid bij de Vestas V80 turbine, en de windverdeling van de KNMI-meetmast te Cabauw (bij Lopik). Deze correctie komt samen met de Lden-weging neer op een toeslag van 4,2 dB ten opzichte van LW nominaal. De onzekerheid in de aldus berekende geluidsvermogens bedraagt enkele decibellen. Voor het verkrijgen van een landelijk beeld van de hinder en de kosten van eventuele sanering is dit voldoende. Lokaal zullen er echter significante verschillen kunnen bestaan tussen werkelijk en berekend bronvermogen, zodat deze berekening niet geschikt is om uitspraken te doen over de feitelijk optredende lokale geluidbelastingen.
Beschikbare ruimte voor nieuwe windturbines
Bij het zoeken naar geschikte locaties voor hoge windturbines zijn er naast geluidseisen ook planologische beperkingen. Deze planologische beperkingen komen deels voort uit het lokale beleid (o.a. streekplannen) en deels uit rijksregelgeving. Voor de beperkingen van rijkswege kan een schatting gemaakt worden van de invloed op de beschikbare ruimte voor windturbines. Het gaat dan om restricties in de volgende gebieden:
− militaire laagvliegroutes;
− zones rond luchthavens;
− militaire radarverstoringsgebieden;
− Natura 2000-gebieden;
− Ecologische Hoofdstructuur (EHS);
− nationale landschappen met als kernkwaliteit ‘zeer open landschap’.
Van de 27% beschikbare ruimte blijft bij een geluidnorm van 40 dB nog slechts 3% land over (Bij deze berekeningen is anno 2009 uitgegaan van moderne (hoge) windturbines van typisch 2 MW per stuk). Bij een ruimere norm van 50 dB is dit 16%.
Conclusies
− Op grond van internationaal gevonden relaties tussen geluidbelasting en hinderbeleving wordt geschat dat rondom het huidige windmolenpark in Nederland zich bij ongeveer 1500 omwonenden ernstige hindereffecten voor kunnen doen. Dit aantal is indicatief met een ruime onzekerheidsmarge van ± 50%.
− Een richtwaarde van ongeveer Lden 40 dB voor windturbines is wat hinderbeleving betreft vergelijkbaar met de richtwaarden bij wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai. Een grenswaarde van ongeveer 48 dB is wat hinderbeleving betreft vergelijkbaar met de grenswaarden bij weg- en railverkeerslawaai.
− Indien nieuwe windturbines voldoen aan deze richtwaarde zal verdere toename van hindereffecten in de toekomst tot een minimum worden beperkt. Met betrekking tot het potentieel aan duurzame energie is er ongeveer 700 km2 aan plaatsingsruimte beschikbaar zonder dat deze richtwaarde hoeft te worden overschreden. Dit komt neer op ongeveer 7 GW.
− Bij keuze voor een grenswaarde van 45 dB ontstaat meer ruimte voor toekomstige ontwikkeling van windturbines op land: 2500 km2 , hetgeen een potentieel van 25 GW biedt. Een toename van de geluidhinder kan daarbij niet worden uitgesloten.
− Een grenswaarde boven 45 dB zal leiden tot toenemende hinderbeleving bij omwonenden van nieuwe windturbineparken. Bij een geluidbelasting van 50 dB zal in 15% van de gevallen binnenshuis en in 30% van de gevallen buitenshuis sprake zijn van ernstige hinder. Bij dit niveau zijn effecten niet tijdelijk van aard, maar voortdurend aanwezig. In de nachtperiode is de kans op slaapverstoring daarbij reëel.
− Indien besloten wordt om een saneringsregeling in te stellen, is het te verkiezen om windturbines te saneren in plaats van de woningen te isoleren. Dit is waarschijnlijk kosteneffectiever en vermindert bovendien de hinder ook buitenshuis.
zoektermen: geluidshinder, gezondheid, norm, energie, duurzaam
