Auteurs: David S. Michaud; Mireille Guay; Stephen E. Keith; Allison Denning; James P. McNamee
Jaar: 2025
type onderzoek: (nadere) Analyse van slaapdata uit een eerder vergaarde dataset (2016)[i]
Relevantie: In beide artikelen wordt duidelijk dat er sprake is van het toeredeneren naar gewenste uitkomsten.
Wij geven een ‘getrapte’ beoordeling van het onderzoek.. Het oorspronkelijke onderzoek is in 2016 gepubliceerd.1 Dit artikel over specifiek slaapverstoring gebruikt dezelfde dataset en verdient een bijkomend kritisch commentaar: de titel is geruststellender dan de data aantonen vanwege toepassing van een rekentruc, waarover hieronder meer.
1. Michaud 2016: “Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects”.
Men wilde 2000 omwonenden enquêteren: alle woningen binnen 600 meter en een random selectie van adressen tot op 11 (!) kilometer. Het zijn 1267 enquêtes geworden onder andere vanwege de hoge aantallen leegstaande of gesloopte huizen in de nabijheid van de turbines. Zie tabel voor de aantallen en oorzaak (toelichting Health Canada):

Er waren 82 woningen gesloopt zonder bekende reden, 138 leegstaand zonder bekende reden en 107 seizoenswoningen. Daarnaast 96 exclusies vanwege leeftijd hoger dan 79 jaar.
Al met al 1267 geslaagde enquêtes versus 434 ‘non-responders’ ofwel 25,6%. De resultaten zullen worden beïnvloed door het grote aantal adressen waarbij niet geënquêteerd kon worden. De sloop en leegstand was er vooral nabij de windturbines, met aflopend aantal naarmate de afstand groter werd. De kans dat deze correlatie met het toeval samenhangt werd berekend als kleiner dan 0,68% (p < 0.0068).
De onderzoekers hebben verzuimd om na te gaan of geluidsoverlast en/of slaapproblemen of andere klachten een rol hebben gespeeld bij het verlaten van de woningen. Deze bewoners zijn niet achterhaald en geënquêteerd.
Michaud stelt dat dit hoge aantal ‘vacancies’ op het platteland normaal is. Wij wagen dat te betwijfelen en vermoeden dat de windparken debet zijn aan de leegstand en sloop van (een deel van) deze woningen.
Ook het uitsluiten van ouderen boven 79 jaar levert een vertekend beeld op: deze groep heeft naar verwachting meer hinder van met name laagfrequent geluid vanwege de fysiologische veroudering van de gehoorketen.
Een laatste punt van kritiek: De onderzoeksgroep moet passend zijn bij de onderzoeksvraag. Door de -te grote- afstand van 11 km rond de turbines te kiezen overheerst de groep zonder overlast naar verwachting ‘geruststellend’.
De conclusie is dat de resultaten een grote kans op bias hebben vanwege deze 4 factoren.
Opdrachtgever voor het onderzoek was de Canadese overheid, met een belang bij de invulling van de energietransitie.
2. Michaud 2025: ‘An analysis of self-reported sleep disturbance from nighttime wind turbine noise suggests minimal effects but highlights the need for standardization in research design’.
Logischerwijs geldt voor de basisset voor deze analyse dezelfde beperking als voor de oorspronkelijke artikelen: 25,6 % niet te enquêteren huishoudens, vooral in de nabijheid van de turbines. In dit artikel wordt het hoge aantal uitval door sloop of leegstand en uitsluiting vanwege leeftijd niet meer benoemd.
Daarnaast wordt een rekentruc toegepast waarmee de uitkomsten opnieuw ‘geruststellend’ worden.
In de oorspronkelijke enquête wordt een (door de WHO geadviseerde) 5-schaals vraag gebruikt voor de slaapproblematiek: ‘In hoeverre was uw slaap thuis verstoord gedurende het afgelopen jaar? Was dat ‘helemaal niet’, ‘een beetje’, ‘nogal’, ‘erg’ of ‘extreem erg’. Daarbij worden de antwoorden ‘erg’ en ‘extreem erg’ beschouwd als ernstige slaapverstoring (HSD).
Uit de antwoorden blijkt bij Lnight 33,5 dB (A) al 3% HSD te bestaan, lager dan de Lnight 40 dB(A) die de WHO heeft vastgesteld om voldoende bescherming te bieden (WHO 2009).
De auteurs opperen om voor de vierde responscategorie (‘erg’) van de vragen een wegingsfactor van 0,4 toe te passen (sic).
Na toepassing van deze wegingsfactor is de prevalentie HSD nooit hoger dan 3% tot aan een Lnight niveau van 41,5 dB(A) (het hoogst berekende geluidsniveau.)
“In the current analysis, applying a 0.4 weighting factor to the fourth response category resulted in a prevalence of HSD that never exceeded 3% at any wind turbine Lnight level below 41.5 dB(A) (the highest calculated SPL).” Een motivering voor deze downgrading wordt niet gegeven.
Vervolgens oppert de auteur nog, met een voor ons niet te volgen redenering, dat voor windturbines een percentage HSD van 7% de benchmark zou moeten zijn.
“With the health-based limit as a reference point, the current analysis would suggest that the HSD benchmark for wind turbines should be around 7%, which is closer to but still above the 5% initially contemplated by the GDG (World Health Organization, 2018).” Waar wij aan moeten denken bij deze ‘health-based limit’ wordt ons niet duidelijk.
Nederlandse samenvatting: De richtlijnen voor omgevingslawaai van de Wereldgezondheidsorganisatie bieden aanbevelingen voor emissie gebaseerde nachtelijke geluidsniveaus (Lnight). Voor bronnen die geen vliegtuigen zijn, is de aanbevolen Lnight het niveau waarbij de absolute prevalentie van hoge slaapverstoring (HSD) gelijk is aan 3%. De Guideline Development Group heeft geen Lnight voor windturbines gegeven vanwege het ontbreken van voldoende data. In de huidige studie varieerden de berekende Lnight-niveaus buiten de woning, veroorzaakt door windturbines van <20,5 tot 41,5 dB(A). Tussen mei en september 2013 werden vragenlijsten ingevuld door 606 mannen en 632 vrouwen, van 18 tot 79 jaar oud, willekeurig geselecteerd uit huishoudens op 0,25 tot 11,22 km afstand van operationele windturbines. Wanneer de bron van slaapverstoring niet werd gespecificeerd, was de gemiddelde prevalentie van HSD 13,3% in totaal en niet gerelateerd aan Lnight (p = 0,53). Naarmate de Lnight toenam, steeg het aantal windturbines als een van de oorzaken van HSD van 0% onder 20,5 dB(A) naar 3,8% tussen 35,5 en 41,5 dB(A) (p = 0,01). De 3% HSD werd gevonden waarbij Lnight 33,5 dB(A) [95%-betrouwbaarheidsinterval (BI) 31,1-36,1 dB(A)]. De resultaten bevestigen de bevindingen van de Community Noise and Health Study van Health Canada over de minimale impact van windturbines op de slaap [Michaud et al. (2016a). “Effects of wind turbine noise on self-reported and objective measures of sleep”, Sleep 39(1), 97-109], maar er worden ook onzekerheden en beperkingen besproken, waaronder de suggestie dat de HSD-benchmark voor windturbines mogelijk te laag is.
Original abstract: The World Health Organization Environmental Noise Guidelines provide source-based nighttime sound level (Lnight) recommendations. For non-aircraft sources, the recommended Lnight is where the absolute prevalence of high sleep disturbance (HSD) equals 3%. The Guideline Development Group did not provide an Lnight for wind tur- bines due to inadequate data. In the current study, calculated outdoor wind turbine Lnight levels ranged from <20.5to 41.5dB(A). Between May and September 2013, questionnaires were completed by 606 males and 632 females, 18–79 years of age, randomly selected from households 0.25 to 11.22 km from operational wind turbines. When the source of sleep disturbance was unspecified, the mean prevalence of HSD was 13.3% overall and unrelated to Lnight (p = 0.53). As Lnight increased, identifying wind turbines as one of the causes of HSD increased from 0% below 20.5dB(A) to 3.8% between 35.5–41.5dB(A) (p = 0.01). The 3% HSD benchmark was observed where Lnight was 33.5dB(A) [95% confidence interval (CI) 31.1–36.1dB(A)]. Results affirm findings from Health Canada’s Community Noise and Health Study of minimal impacts of wind turbines on sleep [Michaud et al. (2016a). “Effects of wind turbine noise on self-reported and objective measures of sleep,” Sleep 39(1), 97–109], yet noted uncertainties and limitations are discussed, including the suggestion that the HSD benchmark for wind turbines may be too low.
bij welke vraag hoort dit artikel? Heeft hoorbaar en infrasoon/ laag frequent geluid een negatieve invloed op de slaapkwaliteit?
Zoektermen/tags: slaapproblemen; vragenlijsten; verhuizingen
[i] Michaud DS et al. Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects. J. Acoust. Soc. Am. 139 (3), March 2016. http://dx.doi.org/10.1121/1.4942391
